Aan een kruispunt geldt een vaste rangorde: een agent gaat boven de verkeerslichten, de lichten gaan boven de borden, en de borden gaan boven de gewone verkeersregels. De lichten zelf zijn eenvoudig: rood betekent stoppen, oranje betekent stoppen tenzij je niet meer veilig kunt remmen, en groen betekent doorrijden als de weg vrij is.
De driekleurige verkeerslichten

Rood: je stopt voor de stopstreep, of voor het licht zelf als er geen streep is. Ook als de weg vrij lijkt.

Vast oranjegeel: je stopt, tenzij je het licht al zo dicht genaderd bent dat veilig stoppen niet meer kan. In dat geval rijd je voorzichtig door zonder anderen in gevaar te brengen.

Groen: je mag doorrijden, maar je houdt rekening met voetgangers, fietsers en verkeer dat nog op het kruispunt staat.
Een gekleurde pijl geldt enkel voor die richting. Brandt er een groene pijl naast een rood licht, dan mag je in de richting van de pijl rijden, op voorwaarde dat je voorrang verleent aan het kruisende verkeer. De lampen staan altijd in dezelfde volgorde: rood boven, oranjegeel in het midden, groen onder.
Knipperende lichten

Oranjegeel knipperlicht: het licht regelt het verkeer niet, vaak ’s nachts of als het buiten werking is. Je rijdt voorzichtig door en de gewone voorrangsregels gelden. Belangrijk: de voorrangsborden blijven hier wel gelden. Staat er geen bord, dan geldt de voorrang van rechts.

Rood knipperlicht: stoppen. Je ziet dit vooral bij overwegen en beweegbare bruggen. Wacht tot het licht dooft.
De signalen van de bevoegde agent
Een agent die het verkeer regelt, gaat boven alles, ook boven een groen licht. Er zijn drie seinen:

Arm recht omhoog: iedereen stopt. Wie al op het kruispunt rijdt, maakt het zo snel mogelijk vrij.

Arm of armen horizontaal uitgestrekt: wie de agent van voren of van achteren ziet (zijn buik of zijn rug), moet stoppen. Wie de zijkant van de agent ziet, mag doorrijden.

Heen en weer zwaaien met een rood licht: wie het licht naar zich toe gericht ziet, stopt.
De rangorde: wie of wat gaat voor?

- De bevelen van een bevoegde agent.
- De verkeerslichten.
- De verkeersborden en wegmarkeringen.
- De gewone verkeersregels, zoals de voorrang van rechts.
Waar verkeerslichten werken, gelden de voorrangsborden op die weg niet meer. Twee uitzonderingen: bij een oranjegeel knipperlicht blijven de voorrangsborden wel gelden, en de fietsborden B22 en B23 blijven ook altijd gelden.
Veelgestelde vragen
Stoppen, tenzij je al zo dichtbij bent dat veilig remmen niet meer kan. Dan rijd je voorzichtig door.
Het licht regelt het verkeer niet. Je rijdt voorzichtig door en de gewone voorrangsregels en borden gelden.
Je stopt. De agent gaat altijd boven het verkeerslicht.
Beheers de lichten en de armseinen van de agent
De signalen van de agent zijn zware fouten op het examen. Oefen ze met realistische beelden tot je ze meteen herkent.
Kies je pakketVerder lezen: Voorrangsregels · Verkeersborden · Alle verkeersregels
Laatst bijgewerkt: juni 2026 · Inhoudelijk gecontroleerd door Mathieu, lesgever · Bron: de Belgische wegcode
